Een houtvuur blijft één van de meest natuurlijke en behaaglijke vormen van warmte. Maar om écht groen te stoken, is meer nodig dan alleen goed hout. Een veilige installatie, het juiste stookgedrag en aandacht voor je omgeving zorgen samen voor een schone verbranding — zonder overlast en met maximaal rendement.
Een goed rookkanaal en een juiste aansluiting zijn essentieel voor veilig en milieuvriendelijk stoken. Een slecht trekkend kanaal of verkeerd afgestelde kachel zorgt voor onvolledige verbranding en extra rook. Wij controleren en optimaliseren rookgasafvoeren en installaties volgens de geldende normen, zodat warmte efficiënt wordt benut en uitstoot minimaal blijft.
Goed stoken begint bij goed hout. Gebruik altijd droog, schoon en onbehandeld haardhout met een vochtgehalte onder de 20%. Nat hout rookt, brandt slecht en vervuilt je kanaal. Droog hout daarentegen geeft een rustige vlam en nauwelijks rook. Zo geniet je niet alleen zelf van het vuur, maar draag je ook bij aan een schonere lucht in de buurt.
De Zwitserse stookmethode is de slimme manier van aansteken: van boven naar beneden. Je legt de grote blokken onderin, met aanmaakblokjes en kleinere stukken hout bovenop. Het vuur brandt langzaam naar beneden en zorgt voor een schone, rustige verbranding. Minder rook, minder geur, meer warmte.
Richtlijn voor gemiddelde isolatie (woonhuis, plafondhoogte ±2,5 m). Bij slechte isolatie kies je een stap hoger, bij zeer goede isolatie een stap lager. Een te sterke kachel geeft oververhitting en onvolledige verbranding bij ‘knijpen’. Een te zwakke kachel moet continu voluit, met meer roet en slijtage. De juiste match stookt schoner, stiller en zuiniger.
| Kubieke kamer | Goed geïsoleerd | Redelijk geïsoleerd | Slecht geïsoleerd |
|---|---|---|---|
| 60 m³ | 4,5 kw | 5,5 kw | 7 kw |
| 80 m³ | 5,5 kw | 6,5 kw | 8 kw |
| 120 m³ | 7 kw | 8 kw | 10 kw |
| 140 m³ | 7,5 kw | 8,5 kw | 11 kw |
| 160 m³ | 8 kw | 9 kw | 12 kw |
| 180 m³ | 8,5 kw | 9,5 kw | 13 kw |
| 200 m³ | 9,5 kw | 10,5 kw | 14,5 kw |
“Wij geloven dat groen stoken niet alleen beter is voor het milieu, maar ook voor onze klanten. Door te kiezen voor duurzame warmte bespaar je op energie, draag je bij aan een schonere toekomst en maak je samen met ons het verschil — stap voor stap, zonder in te leveren op comfort.”
Gebruik altijd schoon, droog (á 20% vocht) en onbehandeld hout.
| Houtsoort | Droogtijd | Brandduur | Vlammenspel | Stoker | Resultaat |
|---|---|---|---|---|---|
Berken |
1,5 jaar | Snel | Mooi | Beginner | Schone verbranding. Ontvlambaar en gemakkelijk te stoken. |
Beuken |
2 jaar | Traag | Levendig | Ervaren | Mooi vlammenspel. Geeft goede warmte, maar vereist droge opslag. |
Eik |
2 jaar open * + 2 jaar droog | Traag | Levend | Ervaren | Regen moet tannines wegspoelen*. Geeft langdurige warmte, weinig rook. |
Els |
1,5 jaar | Snel | Mooi | Beginner | Brandt schoon, gelijkmatig en met mooie vlammen. |
Es |
1,5 jaar | Traag | Rustig, mooi | Ervaren | Brandt gelijkmatig en geeft aangename warmte. |
Fruit |
2 jaar | Traag | Rustig, mooi | Ervaren | Zeldzaam, maar geeft aromatische geur en mooie vlammen. |
Naald |
1,5 jaar | Snel | Niet mooi | Beginner | Vuile verbranding door hars; veel rook en roetvorming. |
Loof |
1,5 jaar | Slecht | Slecht | Beginner | Onaangename geur, slechte verbranding. Niet aanbevolen. |
Schone verbranding, heldere
ruit en weinig rook.
Minder rendement, meer rook
en geur.
Onvolledige verbranding, creosoot, kans op kanaalproblemen.
Vers gekapt hout bevat veel vocht (typisch 40–80% nat-basis). Dat vocht en de groeisappen zijn niet brandbaar. Bij verwarming verdampt eerst het water (droging zet al onder 100 °C in; gebonden water komt vooral tussen ~100–150 °C vrij). Daarna begint de pyrolyse: vanaf ~200–300 °C komen brandbare gassen vrij (met een piek rond 300–350 °C). Deze gassen geven bij een ontstekingsbron al vanaf ~300 °C vlammen; zonder ontstekingsbron treedt ontbranding typisch pas rond 350–450 °C op.
Zorg dat de haard of kachel schoon is en dat de luchttoevoer volledig openstaat. Gebruik alleen droog hout met een vochtgehalte onder de 20%. Controleer of de schoorsteen vrij is van obstakels.
Leg onderin de kachel of haard twee tot drie grote houtblokken naast elkaar. Laat wat ruimte tussen de blokken zodat de lucht goed kan circuleren.
Plaats hierop twee tot drie middelgrote blokken haaks op de onderste laag. Zo ontstaat een stabiele kruislings stapeling die lucht doorlaat.
Leg daarboven een laag fijn aanmaakhout (dun gespleten houtjes). Maak er een los stapeltje van; niet te dicht op elkaar.
Plaats één of twee ecologische aanmaakblokjes boven op het aanmaakhout. Gebruik geen papier of vloeibare brandstof.
Steek de aanmaakblokjes van bovenaf aan. Het vuur brandt langzaam naar beneden: eerst de dunne houtjes, daarna de grotere blokken.
Laat de luchttoevoer open totdat het vuur goed brandt. Wanneer het hout gloeit en de verbranding stabiel is, kan de luchttoevoer iets worden teruggebracht volgens de handleiding van de kachel.
Snelle opwarming van
het rookkanaal
Minder rook
en roetvorming
Hogere verbrandings-temperatuur en meer rendement
Schonere ruiten en minder fijnstofuitstoot